Jaap de Jonge is onlangs gepensioneerd. Hij heeft 44 jaar onderwijservaring. Van die 44 jaar werkte hij het grootste deel op CSG Prins Maurits, Middelharnis. Zelf omschrijft hij de inhoud van zijn werk als “iets met tekenen, een beetje filosofie en kunstgeschiedenis”.

Leestip: neem rustig de tijd!

U heeft uw onderwijsloopbaan afgesloten op een mooie leeftijd en in gezondheid. Dat moet een hele verandering zijn. Hoe vult u uw tijd momenteel in?

Een beetje vrijwilligerswerk, hier en daar een kiezeltje bijdragen met van alles en nog wat. Daarbij komt tuinieren, nog wat bijlezen en voorbereiden van een lezing over Calvijn en zijn invloed op de kunst. Ook een beetje volgen van de ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en identiteit. Tuinieren, een beetje vissen, huis opknappen etc. en last but not least ben ik ook weer begonnen met schilderen/tekenen. Ik heb me nog geen moment verveeld.

Terugkijkend: Wat was u vooral: vakidioot, vakdidacticus of pedagoog?

Alle drie een beetje. Het vak geeft zoveel mogelijkheden voor studie en het proberen te begrijpen wat in een bepaalde periode belangrijk geacht werd en wordt.

Als vakdidacticus ben je ook nooit uitgeleerd en uitgeprobeerd. De relatie identiteit en didactiek is ook een boeiend gegeven.

Voor een  opvoedkundige op een christelijke school blijven er ook altijd vragen en is het een zoeken naar de wegen om mensen te vormen voor hun leven. Voor mij is het proces van je zelf vragen te stellen en antwoord te geven naar aanleiding van doelen (dus ook het zoeken naar relevante doelen) erg belangrijk.

Hoe begon uw onderwijsloopbaan? En hoe verliep die? Kortom, vertel…!

Vijf jaar in het basisonderwijs. In die tijd mijn 3e graads bevoegdheid tekenen gehaald. Daarna 5 jaar studie eerste graad met een dag les geven, waarvan twee op de Prins Maurits. Daarna heb ik 5 jaar een combibaan gehad op de PM en de Driestar. Daarna fulltime op de PM.

Kunstenaars en tekenaars staan bekend om hun eigenzinnigheid en expressiviteit. Hoe kon u daar uiting aan geven in een toch wel strak gereglementeerd systeem, wat een school toch is?

Ik ben geen kunstenaar. Ik heb gekozen voor docent en dat brengt zijn verplichtingen mee. Je wil de leerlingen wat meegeven en in mijn vak(ken) betekent zoiets dat je geen tijd hebt voor een ander vak. Dat is mijn tekort aan begaafdheden. Ik ken mensen die onderwijs en kunst kunnen combineren. Ik heb die gave niet.

Kunst, maak je dat of bedrijf je dat?

Het begrip kunstenaar, en daarmee ook kunst, wordt tegenwoordig erg romantisch ingevuld: zoiets van een innerlijke gedrevenheid die tot over de top gedreven wordt. Het begrip vakmanschap is de laatste eeuw bijna verdwenen. (Mag nu weer een beetje). Zie je kunst als zakelijk bedrijf en middel van inkomen dan zeg ik ja. Zie je het als het bedrijven – het gestalte geven aan een levensbeschouwing- dan zeg ik ook ja. Het probleem zit veel meer in het gegeven dat in deze tijd levensbeschouwingen afgezworen zijn. Anders gezegd: ieder lijkt zijn eigen wereldbeschouwing te hebben maar dat lijkt een zoeken naar een fundament buiten de mens.

Even ter afwisseling, een stelling. ‘Kunst met een grote K kan enkel door een christen worden gemaakt’.

Er zijn christenen die op alle niveaus – ambachtelijk en inhoudelijk – heel slechte kunst maken. Er zijn uitgesproken niet-christenen die in het kader van kunst steengoed zijn. Het is wel zo dat kunst een gave van God is. Hoe geweldig is het dan als je  de opdracht van God krijgt om aan Zijn tabernakel en tempel te bouwen met de gaven die je van hem gekregen hebt. De andere kant is: hoe vreselijk is het als je met van God gegeven gaven je tegen Hem keert.

Stel, u krijgt een podium en mag iets zeggen over de volgende woorden: onderwijs – kunst – esthetiek – Calvijn…Wat krijgen we dan te horen?

Ik wil liever beginnen met het streven  van Calvijn – dat God in zijn Woord zoveel heeft geopenbaard wat voor ons – door Zijn genade – voor ons leven hier en daarna zo nuttig is, dat we alle andere dingen daaruit moeten zoeken te laden.

Onderwijs: je vak zo getrouw als de engelen in de hemel uitoefenen en de doelen die je stelt aan het Woord moeten relateren. Let er wel op dat een tekenles geen preek is en de leraar geen predikant.

Kunst: alles (ook de schaduwzijden van ons menselijk bestaan) moeten aan het Woord gerelateerd zijn. De rest is interessant als cultuurdocument – en kan daarmee ook ter lering gebruikt worden, maar eist vaak correctie ook in de zin van het betrekkelijke van de mens en zijn gedachten.

Esthetiek: alle goede komt van God, ook het schone. Een bijzondere vraag is hier: is het ware schoon of is het schone waar of….??

(aanvulling door Jaap bij deze filosofische vraag: Als je er van uit gaat dat het al het schone van God komt is het schone dus ook waar. Als je het ware vooropstelt – wat ook van God komt –  vloeit daar het schone ook uit voort maar laadt volgens mij het begrip schoonheid wat duidelijker en misschien wel breder. Je kunt dan b.v. het portret van Dürers oude moeder ook onder schoonheid rekenen. Geen filmster, maar schoon omdat het waar is. Het heeft ook te maken met wat belangrijk is in het leven; om tegen Gombridge te stellen: “Jij zegt a ‘thing of beauty is a joy for ever’. Moet dat niet zo iets zijn als: ‘a thing of true is, joy or not, forever’?)

U hebt tijdens uw loopbaan in het onderwijs natuurlijk veel onderwijsveranderingen zien komen en gaan. In hoeverre heeft u die veranderingen doorgevoerd in uw lespraktijk?

Mijn ervaring is dat er steeds weer oude ideeën in een nieuw jasje terugkomen, maar dat de rol van de docent gaande weg een meer begeleidende dan een leidende wordt. (Binnen tekenonderwijs niet echt waar: Herbert Read en zijn geleide expressie is allang afgeserveerd)

Ik heb geprobeerd er altijd uit te pikken wat ik binnen een bepaald kader waardevol vond, voor de rest heb ik de mogelijkheid gekregen om het links te laten liggen.

U mag de onderwijsminister twee goede tips geven. Wat krijgt hij van u te horen?

Eis van de christelijke scholen dat ze hun beleden identiteit waarmaken en geef ze daarvoor de volle ruimte.

U bent gepensioneerd; een eminence grise zogezegd. Deelt u eens een paar waardevolle ervaringen of tips aan de (jonge)werkers in het onderwijs.

Ga voor je leerlingen en voor je vak. Laat je niet gek maken door de onderwijsgoeroes die precies weten hoe het zit. Overdenk in relatie met het Woord van God wat je -door je vak-  wil overbrengen op je leerlingen. Bedenk ook dat er altijd vragen blijven en stel die ook aan jezelf. Laat je niet ontmoedigen door je fouten of tekorten, maar probeer -ook in samenspraak met collega’s – een stap verder te komen. Bedenk dat ook jouw vak kan bijdragen aan de vorming van mens.

In 40 jaar tijd zal ook ‘de leerling’ veranderd zijn. Hoe heeft u al die tijd leerlingen uitgedaagd zich te verhouden tot kunst?

Leerlingen zijn mensen, met hun mooie dingen en hun minder mooie kanten. Ik heb het geluk gekend om heel veel fijne leerlingen gehad te hebben, zij hebben mij in coronatijd de moed gegeven om door te gaan.

Ik hoop dat ik ze een open kritische blik op kunst gegeven heb. Musea zijn niet de kerken van nu.

Wat hoopt u dat leerlingen zich van uw lessen herinneren?

Stel je doelen, vraag naar de grond van die doelen en probeer die zo goed mogelijk te bereiken. Zie daarin ook op wat je aan gaven krijgt en wees de Gever dankbaar.

U bent betrokken geweest bij het I&K. Wat is volgens u het (blijvend) belang van het netwerk?

Doe het al ter ere Gods; binnen dit kader raak je nooit uitgeleerd en gedacht. Binnen I&K werd en wordt nagedacht over de relatie identiteit en praktijk van het onderwijs. Ik heb daar wel van geleerd, maar ook geleerd dat niet alles maakbaar is.

Welke inspirerende spreuk wilt u meegeven aan de lezers van de I&K-Nieuwsbrief?

Bedenk dat je vak de moeite waard om bij te  dragen aan de vorming van opgroeiende mensen. Bedenk dat christelijk onderwijs zijn grond heeft Christus, van Hem is alles te krijgen en te leren.

Fileppenzen 4:8. ‘Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, zal wat lieflijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is en zo er enige lof is, bedenkt datzelve’.

Meer lezen van Jaap de Jonge? Lees dan zijn recensie van ‘Kunst DV’ op onze website!