Wat bent u vooral: vakidioot, vakdidacticus of pedagoog? 

Toen ik mij, jaren geleden, in de zomervakantie aan het voorbereiden was op mijn eerste jaar als docent natuurkunde, ben ik door mijn familieleden wel uitgemaakt voor vakidioot. Bij allerlei onderwerpen begon ik over de natuurkundige aspecten die je daaraan kon koppelen. Dat is wel meer in balans gekomen in de loop van de jaren. Ik zou nu zeggen: toch vooral vakdidacticus. Ik vind het belangrijk dat leerlingen gaan begrijpen hoe het werkt in de natuurkunde.

Welk element typeert al uw lessen? 

Door het verloop van mijn loopbaan op de GSR heb ik een aantal jaren geen les meer gegeven. In die periode ging al mijn tijd op aan werk in de schoolleiding. Een paar jaar geleden kreeg ik de kans om weer met leerlingen aan het werk te gaan; ik ben dankbaar dat ik die gelegenheid heb gekregen! Het bracht me weer in verbinding met mijn diepe drijfveer om ooit voor het onderwijs te kiezen. En wat kenmerkt dan mijn aanpak, denk ik? Deze punten:

  • goed voorbereiden wat je gaat doen, hoe dat aansluit op de voorgaande les, welke begrippen verhelderd moeten worden en hoe je daarmee een gevarieerde en actieve les kunt maken;
  • reflecteren op de leerlingen in de klas: wat gebeurde er de vorige les, wat zou daar achter kunnen zitten, hoe kan ik hem of haar helpen om bij de les te blijven?
  • bedenken of er iets te koppelen is aan deze lesstof vanuit de actualiteit of vanuit de christelijke identiteit en daar een aantrekkelijke manier van presenteren bij bedenken.

U bent voor één dag onderwijsminister. Wat wilt u voorgoed vastleggen binnen het onderwijs? 

In het voortgezet onderwijs zijn we met leerlingen aan het werk, die zich aan het ontwikkelen zijn. Het gaat om die vorming: persoonlijke groei vind ik belangrijker dan het afwerken van een programma met heel specifieke onderwerpen en feitjes. Vanuit mijn bewuste keuze om te willen werken in echt christelijk onderwijs voeg ik daar nog aan toe: met alle ruimte voor de school om aan die vorming te werken vanuit de gedeelde overtuigingen van de school. Ook voor ons werk geldt dat het hoofddoel is: dienstbaar zijn in Gods koninkrijk, gericht op Zijn eer.

Nu u toch bezig bent: welke waardevolle ervaring of tip zou u graag willen delen? 

Toen ik opnieuw voor de klas kwam, was dat best confronterend. Ik heb me jarenlang ingezet voor de verbinding tussen christelijke identiteit en lesinhoud (binnen de GSR, in GRIP en in I&K), maar toen ik weer een paar weken lesgegeven had dacht ik: en wat maak je er nou zelf van? Het bleek helemaal niet zo simpel. Tot ik me realiseerde dat ik te veel van mezelf vroeg. Lang niet elke natuurkunde les leent zich voor die verbinding op een heel concrete manier. Het geheim zit ‘em in de lange adem. Pak de kans als die zich voordoet en laat je intussen kennen als christen, door hoe je bent en praat. En zorg dat je er klaar voor bent op een onverwacht moment, door jezelf scherp te houden (lees erover, praat erover, denk erover na).

U hebt een onderwijscarrière, maar mag helemaal opnieuw beginnen. Wat zou u heel anders aanpakken? 

Ik ben leraar geworden met een opleiding die mij de bevoegdheid gaf, maar waardoor ik me niet heel goed voorbereid voelde. Veel heb ik al doende moeten leren. Nu ik terugkijk vind ik dat ik vanaf het begin me systematischer had moeten verdiepen in didactiek en ook pedagogiek. Dat zou me echt geholpen hebben in onverwachte situaties in de klas. Inmiddels zit de opleiding heel anders in elkaar. Gebruik die kennis regelmatig en beschouw het niet als theorie waarbij het in de praktijk heel anders werkt.

U werkt op een christelijk school. Wat onderscheidt uw vaklessen van diezelfde lessen op een niet-christelijke school? 

Ik heb het voorrecht gehad om in veel andere scholen te mogen komen, maar die hadden doorgaans wel ook een christelijke identiteit. Ik ben ervan overtuigd dat op veel scholen vakcollega’s werken die heel deskundig zijn op hun vakgebied. Soms zijn er docenten die ook in een seculiere omgeving hun eigen christelijke wereldbeeld en geloofsovertuiging meenemen in hun lessen en leerlingen daarover vertellen. Ik ben dankbaar dat er scholen zijn, zoals de GSR, waar alle docenten en al die andere collega’s elkaar vinden in hun gedeelde geloof. Heel belangrijk om het ook daar met elkaar over te hebben!

De leerlingen verlaten uw lessen en school. Wat hoopt u dat ze zich daarover over 25 jaar herinneren?

Ik wens hun toe dat ze zich een docent of een mentor herinneren met wie ze goed contact hadden. Iemand die er in de klas tijd voor maakte om even uit het boek te stappen en te praten over wat al die kennis nou betekent. Hoe je daarnaar kunt kijken in het licht van de Bijbel. Ik hoop dat ze daar verder over nagedacht hebben en beseffen dat geloof en wetenschap geen tegenstelling zijn, maar bij elkaar horen. Spanning ontstaat doordat wij niet alles overzien, en doordat wij soms antwoorden willen op vragen die ons begrip te boven gaan.

Welke inspirerende spreuk wilt u meegeven aan de lezers van de I&K-Nieuwsbrief? 

Lees je Bijbel, bidt elke dag dat je groeien mag!


Huib van Leeuwen is Schoolleider GSR-academie & Zorg en GRIP-voorzitter