Boekrecensie door Jaap de Jonge, docent beeldende vakken CSG Prins Maurits, Middelharnis

Opbouw

Het boek bestaat uit een aantal bijdragen van verschillende schrijvers onder redactie van Marleen Hengelaar-Rookmaaker  (dochter van de bekende prof. Rookmaaker) en Roger. D. Henderson. De schrijvers zijn bijna allemaal werkzaam in Amerika en Engeland.

Deo Volente: ‘zo de Heere wil en wij leven’, een toekomst gerichte term die in de ondertitel onderstreept wordt door  ‘perspectieven op’.  In dit boek krijgt deze term ook een sterk richtinggevende betekenis. Kunst zoals de Heere wil dat we dit beoefenen als kunstenaar, als kunsthistoricus/criticus, als filosoof en theoloog.

De inhoud is (na de inleiding) verdeeld in vier delen. De eerste -Wortels- gaat in op de oorsprong en geschiedenis van het (Neo)-calvinistisch denken, waarbij Calvijns gedachten over kunst aan bod komen. Abraham Kuypers Neocalvinistisch gedachtengoed speelt in de ontwikkeling van het denken over kunst  een belangrijke rol. Er wordt ook ingegaan  op de wijze waarop Dooyeweerd  kunst , onder de modaliteit esthetica, in zijn filosofie verwerkt. Het tweede deel -Kunstgeschiedenis- spitst zich toe op de benaderingswijzen van kunst. Het derde deel -Esthetica-  gaat in op de vraag wat nu het wezen en de werking van kunst is. Tot slot het vierde deel – Kunsttheologie-  behandelt de verhouding kunst en theologie.

Wat is kunst (niet)?

Het boek geeft ook op een beknopte manier de huidige opvattingen weer van hen die in de Neocalvinistische traditie over kunst willen denken. Je vraagt je daarbij soms wel af of de term Neocalvinisme niet erg uitgerekt wordt. In het boek wordt ook vaak de term protestants gebruikt. Dit leidt tot veel accentverschillen en soms ook tot tegenspraken. Ik heb geprobeerd om een aantal zaken op een rijtje te zetten waarover in dit boek min of meer consensus lijkt te zijn.

  • Kunst omvat architectuur, beeldende kunst, literatuur, muziek, film, drama, dans en multi-media.
  • Kunst valt onder het beslag van schepping – zondeval – verlossing
  • Kunst is een gave van God en valt onder de werking van de Heilige Geest. Die gaven moeten we waarderen en gebruiken.
  • Kunst heeft zijn eigen wetten die wel binnen het kader van het Woord gebruikt moeten worden,
  • Kunst negeren verarmt ons leven.
  • Kunst heeft zijn plaats in het leven van mensen. (Ook als tegenwicht van rationalisme en materialisme)
  • Kunst kan misbruikt worden, mede met het oog op de gebrokenheid van de schepping.
  • Kunst maakt gebruik van verschillende zintuigen als bron van kennis
  • Kunst is qua christelijk gehalte niet in één stijl of genre/onderwerp te vatten.
  • Kunst heeft een meerwaarde, namelijk die van de verbeelding (Lambert Zuidervaart) of allusivity (Calvin Seerveld), een term die verbeelding gedeeltelijk dekt.

Wat bijdraagt aan de gecompliceerdheid van het boek is dat de verschillende schrijvers allemaal een eigen visie ontwikkeld hebben die in hun bijdragen sterk ingekort aan bod komen. Dit vereist van de lezer vaak enige voorkennis. Daarnaast leggen de schrijvers allemaal hun eigen accenten, waarbij eerder de verschillen dan de overeenkomsten benadrukt worden.  Wie verwacht dat dit boek eensluidende antwoorden geeft op de inhoudelijkheid van ‘Kunst D.V.’ zit op het verkeerde spoor. Het boek roept, mede afhankelijk van de lezer, veel vragen op. Een paar voorbeelden;

Calvijn plaatst de kunst onder de algemene genade, als een bijzondere gave van de Heilige Geest. Hoever strekt die gave zich uit, mede in het licht van de tendens dat we van alle religies kunnen leren? Calvijn haalt in zijn werken verschillende keren met instemming heidense denkers aan, de reden van die instemming ligt dan wel in een gehoorzaam luisteren naar Gods Woord. De inleiding van Seerveld over allusivity  roept de vraag op of dit nog ‘in lijn met de Schrift’ is en hoe valide dit verhaal is als onderbouwing voor een belangrijk aspect van het wezen van de kunst.

Schepping, zondeval en verlossing wordt door alle schrijvers wel ondertekend, maar wat is de draagwijdte van deze begrippen? Ook voor het werk van kunstenaars in en uit een multiculturele samenleving. Wat is de rol van de kunst(enaar) in het totaal van ‘verlossing’? Houdt het een perspectief op de herschapen werkelijkheid in, of ligt het meer in protest tegen (maatschappelijk) onrecht.  Daarbij komt ook de vraag hoe ver de trits schepping – zondeval – verlossing doorwerkt in noties als creativiteit, individualiteit, gemeenschappelijkheid en vrijheid.

In Abraham Kuypers visie is christelijke kunst tot de renaissance geen kunst, omdat die totaal onder regie van de kerk stond. Kunst is volgens hem dan pas kunst waar het zich – los van bevoogding door de kerk – volgens zijn eigen wetmatigheden kan ontwikkelen. Maar hoe zit dat dan met de verhouding kunst en theologie, waar Jones in haar artikel ‘ Vijftig jaar kunsttheologie 1970 tot heden’ met veel waardering spreekt over zowel reflectief als productief omgaan met kunst als onderdeel van een theologische opleiding?

Hoewel Calvijn positiever tegenover kunst stond dan men gewoonlijk aanneemt weerde hij kunst uit de kerk, omdat hij het Woord centraal wilde stellen. In de kunsttheologie wordt nu een lans gebroken voor de rol van beelden in de bediening van Woord en sacrament.  Waar liggen hier de grenzen?

Rookmaaker gaat in zijn boek  ‘Modern art and the death of a culture’  uit van het opgaan, blinken en verzinken van de huidige Westerse cultuur. De tendens van het boek is over het algemeen meer evolutionistisch in de zin van voortschrijdende ontwikkeling. Dit heeft zijn weerslag in het waarderen van kunst. (Zie ook het artikel van James Romaine; ‘Meer dan we kunnen zien’)

Afweging

De veelzijdigheid van het boek maakt het voor ieder die wil denken over kunst van uit christelijk perspectief een belangrijke bron die ook voor de praktijk van het omgaan met kunst relevant is. De bijdrage van Walford over ‘de roeping van de christelijke kunsthistoricus’ is niet alleen voor toekomstige studenten kunstgeschiedenis heel praktisch en verhelderend. Het laat ons zien hoe belangrijk paradigma’s zijn in het benaderen en waarderen van kunst, en ook hoe die premisses in de praktijk van opleidingen werken. Maar het zijn volgens mij vooral de vele vragen die het boek oproept en die door hun richtinggevend karakter de moeite van overdenking waard zijn. Zij kunnen voor de lezer een uitdaging vormen tot gerichte verdere studie en positiebepaling. De  literatuurverwijzingen kunnen hierbij een goed startpunt en hulpmiddel zijn. Kortom; wie op de hoogte wil blijven van de ontwikkeling van het Neocalvinistisch denken op gebied van kunst is dit boek een aanrader.

KUNST D.V. is uitgegeven bij Buijten & Schipperheijn Motief – Amsterdam en is een onderdeel van de reeks Verantwoording in samenwerking met de stichting voor Christelijke filosofie.