Een stip op je voorhoofd en omhangen worden met een bloemenkrans: nogal onwennig voor Nederlandse scholieren.

Afgelopen weken reisde ik met zes leerlingen uit VWO 5 naar India. In samenwerking met een stichting en een christelijke school aldaar, deden de leerlingen er o.a. onderzoek naar de waterkwaliteit in enkele sloppenwijken. Na analyse daarvan in een laboratorium brengen ze een advies uit m.b.t. zuiveringsmethoden en voorlichting.
Het spreekt voor zich dat hier naast veel inhoudelijke en onderzoeksmatige voorbereiding, veel gevraagd wordt van het incasseringsvermogen en de communicatieve bekwaamheden van leerlingen. Daarop voorbereiden, is als het voorbereiden op een reis naar Mars.

India is zo totaal anders dan Nederland, dat er slechts basale overeenkomsten zijn: mensen worden geboren, mensen sterven; mensen eten, mensen begeven zich in het verkeer, mensen kleden zich. Hetzelfde, maar toch compleet anders. Tijdens enkele voorbereidingsbijeenkomsten had ik aandacht besteed aan verschillende definities van cultuur, cultuur en communicatie en het D-MIS-model. Vervolgens had ik voor de leerlingen een artikel samengesteld een artikel samengesteld met o.a. de inzichten van Prof. Shadid (“Grondslagen van Interculturele communicatie”) en Prof. David Pinto. Hij geeft in het boek ‘Interculturele communicatie, cultuur en conflictmanagement’ tal van praktische voorbeelden hoe om te gaan met ongemakkelijke situaties, waarbij (grote) culturele verschillen tussen de gesprekspartners een storende factor voor effectieve communicatie zijn. Hoe stel je je daarin open en lerend op? (Hoe) kun je interculturele sensitiviteit leren? Moet je daarvoor je eigen cultuur loslaten? Of enkel relativeren? En hoe doe je dat met godsdienstige rituelen? Fatsoenshalve overal aan deelnemen? Of je eigen grens bewaken? En hoe dan zonder de ander te bruuskeren?
De intensiteit van de Indiase samenleving doet een continue beroep op alle zintuigen. Dat maakt het praktisch onmogelijk een enkele situatie van communicatie af te bakenen en te reduceren tot een aantal zinnen die iets weergeven van alles wat komt kijken bij die communicatie op dat moment. Toch heb ik de leerlingen a.h.v. enkele leerdoelen uitgedaagd hiermee aan de slag te gaan. De voorlopige resultaten zijn bijzonder waardevol. In een volgend artikel meer daarover.

Deze bijdrage is van A.C.M. Klippel, docent Aardrijkskunde en coördinator Internationalisering, CSG Prins Maurits