Docente Bedrijfseconomie aan het Ichthus College, Veenendaal

Wat bent u vooral: vakidioot, vakdidacticus of pedagoog?

Mijn interesse ligt bij de lerende mens en ik heb er plezier in om anderen te helpen bij het leren. De leeftijd van mijn leerlingen (15-18 jaar) maakt het onderwijzen extra uitdagend. Zij zitten in een fase waarin de wereld steeds meer voor hen opengaat en ze niet altijd gefocust zijn op de leerdoelen die wij voor hen stellen. Ik vind het boeiend om hen wat te leren over het leven en specifiek over hoe organisaties werken en wat je moet weten om slimme (financiële) beslissingen te kunnen nemen. Ik ben een pedagogische didacticus, die geniet van leren.

U bent voor één dag onderwijsminister. Wat wilt u voorgoed vastleggen binnen het onderwijs? 

Mijn mentor van vwo 4/5/6 bedacht voor iedere leerling een toekomstbeeld en die deelde ze met ons bij de diploma-uitreiking. Voor mij had ze bedacht dat ik minister van Onderwijs zou worden, waarschijnlijk omdat ik nogal wat ideeën had over hoe het allemaal beter kon. Ik denk dat het onderwijs beter wordt als scholen meer vrij gelaten worden. De overheid zou bij iedere regel of richtlijn en bij alles wat wordt gecontroleerd zich af moeten vragen of het echt nodig is dat het op de vastgestelde manier gebeurt. De focus moet liggen op het leren, of het nu gaat om leren respect te hebben of leren ondernemen. Het mooiste is als de ouders, leerlingen en de medewerkers van de school de ruimte krijgen om het onderwijs samen vorm te geven. Dan gaan we allicht ook minder letten op de in- op- uit- en doorstroomcijfers!

U hebt een onderwijscarrière, maar mag helemaal opnieuw beginnen. Wat zou u heel anders aanpakken? 

Als zij-instromer ben ik zonder stage voor de klas gaan staan. En als je eenmaal je eigen klassen hebt en weer studeert is het lastig om tijd vrij te maken voor lesbezoeken bij collega’s. Ik zou dat anders doen, want ik heb nu nog steeds het idee dat ik maar beperkt weet hoe anderen het aanpakken. Dus daar valt nog wat te leren voor mij.

U werkt op een christelijke school. Wat onderscheidt uw vaklessen van diezelfde lessen op een niet-christelijke school? 

Op de I&K-Tweedaagse ‘Burgerschap, vorming en identiteit’ heb ik nagedacht over (onder andere) deze vraag. De opmerking van een docent Engels is me bijgebleven, zij vertelde dat ze bij de voorbereiding van iedere les bedacht hoe ze iets zou kunnen overbrengen van het evangelie van Jezus Christus.  Deze vraag dagelijks laten terugkeren vind ik een mooi ideaal, want dan ben je niet klaar met een paar lessen over MVO of bedrijfsethiek. Je blijft dan zoeken naar mogelijkheden om de leerlingen te vormen in hun denken.

De leerlingen verlaten uw lessen en school. Wat hoopt u dat ze zich daarover over 25 jaar herinneren?

Hopelijk herinneren ze zich dat ik hen echt zag als mens, interesse had in wie ze waren en hen voorspiegelde wie en wat ze zouden kunnen worden. Om zo toegewijd te zijn aan mijn leerlingen bid ik dagelijks het gebed ‘Heilige Geest, ik bid dat uw vrucht deze dag in mijn leven rijpen mag: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.’