Dr. Bert Keegstra, docent scheikunde aan de Guido.

Wat bent u vooral: vakidioot, vakdidacticus of pedagoog? 

Als ik een keuze moet gaan maken tussen deze drie typeringen wordt dat een beetje statisch. Het is bij mij nog een beetje in beweging. Drie jaar geleden was ik meer vakidioot en vakdidacticus en langzamerhand schuif ik steeds meer op naar pedagoog.

Welk element typeert al uw lessen? 

Ook hier vind ik het lastig om mezelf te moeten beperken tot één element. Belangrijke elementen zijn voor mij: goede voorbereiding, activerende werkvormen en maatwerk.

Goede voorbereiding: Voorafgaand aan iedere lesdag en lesweek kijk ik even of alles uit vorige jaren herbruikbaar is of nog verbeterd/geactualiseerd moet worden.

Activerende werkvormen: Uit een internationaal onderzoek kwam dat de lessen in Nederland een hoog entertainment gehalte hebben en hoewel ik dat niet persé goed vind probeer ik wel regelmatig leuke en activerende werkvormen toe te voegen.

Maatwerk: niet alle leerlingen kunnen over dezelfde lat springen. In onze school heeft individuele zorg voor leerlingen daarom een belangrijke plaats en ook in mijn lessen heb ik daar aandacht voor, waar nodig.

U bent voor één dag onderwijsminister. Wat wilt u voorgoed vastleggen binnen het onderwijs? 

Sinds drie jaar ben ik weer werkzaam in het onderwijs. Daarvoor heb ik vele jaren in het bedrijfsleven leiding gegeven. Je bent dan vooral met hoofdlijnen bezig. De minister van onderwijs is dat ook en daarom zou ik in die positie vooral de vrijheid van onderwijs, die regelmatig onder druk staat, definitief willen borgen. Daarnaast zie ik in het onderwijs een toenemende focus op hogere (gepubliceerde) resultaten. Als gevolg daarvan krijgen leerlingen die net niet voldoen aan het door een school vastgestelde instapniveau, niet meer de kans om een opleiding te volgen. Als minister zou ik daar willen sturen op meer nuance.

Nu u toch bezig bent: welke waardevolle ervaring of tip zou u graag willen delen? 

Waarom ik het vooral prachtig vind om als docent bezig te zijn, is het werken met leerlingen, met jonge enthousiaste mensen in een belangrijke levensfase. Dat je ze mag helpen hun eigen mogelijkheden en talenten te ontdekken. Zo vind ik het mooi om te ervaren hoe een leerling, die in een vicieuze cirkel zit van “dit kan ik niet en dus geef ik er geen aandacht aan”, langzamerhand steeds beter wordt in je vak en enthousiaster wordt. Maar ook het samen met leerlingen, die bepaalde dingen heel moeilijk vinden ondanks hun grote inzet, te zoeken naar hun knelpunt en hoe dat hanteerbaar gemaakt kan worden.

Aan het einde van mijn tijd in het bedrijfsleven was ik op zoek naar een job met meer toegevoegde maatschappelijke waarde. In het onderwijs heb ik dat zeker gevonden!

U hebt een onderwijscarrière, maar mag helemaal opnieuw beginnen. Wat zou u heel anders aanpakken? 

Haha, vooralsnog helemaal niets. Dat heeft ermee te maken dat ik nu nog maar drie jaar bezig ben in het onderwijs. Dus alles is nog fantastisch en fris. Wat me daarbij misschien wel helpt is, dat ik mezelf nog steeds een beetje als beginner zie. Ik zie wel een enorme groei ten opzichte van het begin, maar ik ben nog steeds op zoek naar hoe het beter kan en heb dus een hele open houding naar wat collega’s op een andere manier doen. Daar wil ik graag van leren.

U werkt op een christelijk school. Wat onderscheidt uw vaklessen van diezelfde lessen op een niet-christelijke school? 

Het mooiste voor mij als docent op een christelijke school zijn toch wel de dagopeningen waar je echt even de tijd kunt nemen voor een gesprek met de leerlingen over geloven in een omgeving waar geloven niet meer normaal is en de persoonlijke keuzes die dat vraagt.

Daarnaast ben ik als Scheikunde docent bezig met de natuur, die door God gemaakt is. Die Goddelijk dimensie aan de schepping zorgt steeds weer voor verwondering, die ik graag met de leerlingen wil delen. Een uitspraak als “dat heeft onze God toch prachtig gemaakt/bedacht” is regelmatig in mijn lessen te horen. Daarnaast is rentmeesterschap voor de schepping een terugkerend thema in mijn lessen. En ook zal ik daar waar mogelijk bepaalde onderwerpen koppelen aan een Bijbelgedeelte. Dat zijn vaak speldenprikjes, maar laten wel zien dat het hele leven doortrokken mag zijn van God en de Bijbel. Tenslotte soms ook met een kleine knipoog in de kleding die ik draag (zie afbeelding).

De leerlingen verlaten uw lessen en school. Wat hoopt u dat ze zich daarover over 25 jaar herinneren?

Dat ik ze op weg geholpen heb in Gods koninkrijk, dat ze zich gezien voelden en dat Scheikunde een waardevol vak was. In die volgorde.

Welke inspirerende spreuk wilt u meegeven aan de lezers van de I&K-Nieuwsbrief? 

In het onderwijs gaat het vaak om kleine dingen die het verschil maken. Dus citeer ik graag Matthijn Buwalda: “Wordt een trouw-in-het-kleine kampioen”

Dr. Bert Keegstra is docent scheikunde aan de Guido.