Wat bent u vooral: vakidioot, vakdidacticus of pedagoog?

Ik ben de lerarenopleiding begonnen omdat ik echt iets met pubers wilde doen. Het inspelen op de verschillende behoeftes van de leerlingen heeft nog steeds mijn interesse. Toen ik echt voor de klas kwam te staan, zag ik in dat ook het didactische aspect ontzettend gaaf is. Ik vind het een uitdaging om van ‘saaie’ theorie echt iets leuks te maken en mijn leerlingen enthousiast te maken door middel van geïntegreerde opdrachten, het nieuws, boeken en poëzie.

Welk element typeert al uw lessen?

Ik begin mijn lessen altijd met voorlezen. Een groot deel van mijn leerlingen leest erg weinig en ik hoop ze op deze manier toch iets mee te geven van het belang van lezen. Hopelijk ervaren ze op deze manier ook hoe ontspannend lezen kan zijn. Daarnaast vind ik het voorlezen zelf ook altijd een heel fijn moment; een ontspannen, gezamenlijke start waarbij de leerlingen tijd hebben om te schakelen naar Nederlands.

U bent voor één dag onderwijsminister. Wat wilt u voorgoed vastleggen en wat voorgoed schrappen?

Als ik onderwijsminister was, zou ik vastleggen dat iedere school een aantal uur moet besteden aan praktisch burgerschap en daarvoor zou ik ook een potje aanleggen. Op dit moment wordt naast onze school een nieuw centrum voor het Leger des Heils gebouwd. Daar zie ik veel kansen liggen. Deze kansen reiken verder dan alleen het vak Nederlands, waarvan burgerschap een onderdeel is. Denk bijvoorbeeld aan godsdienst, biologie, maatschappijleer en aardrijkskunde. Bij die vakken zou je dat kunnen opvullen rondom thema’s als naastenliefde en rentmeesterschap. Het is dus een soort maatschappelijke stage, maar dan anders. Het moet de leerlingen laten inzien dat ze niet alleen op deze wereld leven en zorg moeten dragen voor anderen.

Nu u toch bezig bent: welke waardevolle ervaring of tip zou u graag willen delen?

Zie je leerlingen en neem ze serieus, ook de leerlingen die een storende factor in de les zijn, al weet ik ook wel dat niet altijd makkelijk is. Als zij merken dat ze je aandacht waard zijn, zou dat storende gedrag zomaar wel eens kunnen verdwijnen. Laat die gezindheid in ons zijn die ook in Christus Jezus is!

U hebt een onderwijscarrière, maar mag helemaal opnieuw beginnen. Wat zou u heel anders aanpakken?

Voordat ik ontdekte dat ik wilde gaan lesgeven, wilde ik verloskundige of kraamverzorgster worden. Ook binnenhuisarchitect heeft me een tijdje geïnteresseerd. Deze beroepen lijken me nog steeds heel mooi, met een voorkeur voor de eerste twee. Toch moet ik er niet aan denken om opnieuw te beginnen, want ik zit in het onderwijs voor 100% op mijn plek en ik zou niets anders willen dan voor de klas staan.

U werkt op een christelijk school. Wat onderscheidt uw vaklessen van diezelfde lessen op een niet-christelijke school?

Ik vind het te cliché om te zeggen dat dat de dagopeningen zijn. Als het goed is, zit het christen-zijn helemaal door mijn vak verweven. Dan zit het dus in heel kleine dingen: het lezen, en dus ook niet lezen, van bepaalde boeken en teksten. Met elkaar praten over het nieuws, waarbij we spreken over de vrijheid van onderwijs, alle dingen die in de wereld gebeuren, de inperking van de vrijheden van christenen etc. Pas hebben mijn brugklassers een presentatie gehouden over een onderwerp dat veel in het nieuws is en daarbij stellingen bedacht, die ze met goede argumenten moesten ondersteunen. Bij het uitwerken van de stellingen werden regelmatig Bijbelteksten gebruikt. De leerlingen zien dus blijkbaar in dat de Bijbel hét bewijs is voor hun stelling. Op de kerstkaarten die de leerlingen hebben geschreven bij de actie van het Nationaal Ouderenfonds stonden ook Bijbelteksten. Dat onderscheidt mijn lessen van de lessen op een niet-christelijke school.

De leerlingen verlaten uw lessen en school. Wat hoopt u dat ze zich daarover over 25 herinneren?

Dat ze welkom zijn bij God en hun leven inrichten tot eer van Hem.

Welke inspirerende spreuk wilt u meegeven aan de lezers van de I&K-Nieuwsbrief?

Een voor mij heel belangrijke spreuk heb ik al weggegeven: “Laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was.” Hij diende, had lief, veroordeelde niet, offerde Zichzelf op. Dan wordt dat ook van ons verwacht.

Leonie Kleppe is docente Nederlands op Calvijn College, hoofdlocatie Goes.