Wat bent u vooral: vakidioot, vakdidacticus of pedagoog?

Pedagoog. Ik vind het fantastisch om iets voor jongeren te kunnen betekenen. Dit kan ik goed doen door middel van mijn vak, het geven van aardrijkskunde. Dat laatste is absoluut niet onbelangrijk, want ik kan leerlingen motiveren door dit interessante vak. Echter verkies ik de relatie met leerlingen boven het vak zelf.

Welk element typeert al uw lessen?

Mijn les begin ik graag door mijn leerlingen te verwelkomen bij de deur. Ik vind het prettig om direct overzicht te hebben welke leerlingen er mogelijk afwezig zijn, de herrieschoppers gelijk aan te kunnen spreken en iedereen met een glimlach te kunnen ontvangen.

U staat aan het begin van uw onderwijscarrière. Wat zou u heel anders aanpakken in het huidige onderwijssysteem?

Dit vind ik een lastige vraag. Aan de ene kant zit ik vol ambitie en heb ik wellicht een andere kijk op het onderwijs dan collega’s die langer in het vak zitten. Aan de andere kant voel ik mij soms nog zo’n groentje, waardoor mijn idealen wellicht gebaseerd zijn op een docente met een roze bril. Graag zou ik het huidige onderwijssysteem eens flink door elkaar schudden en terugbrengen naar, wat ik denk dat de kern is. Jongeren iets leren en ze direct iets meegeven waardoor zij goed kunnen functioneren in de maatschappij.  Vaak wordt er meer gekeken naar cijfers en ‘harde feiten’ waarmee leerlingen aantonen dat ze op een bepaald niveau horen. Minder vaak wordt er gekeken naar de omstandigheden en de mogelijkheden van de leerling. Het lijkt mij fijn om een jongere meer te kunnen bieden dan ‘slechts’ les op zijn/haar zogenaamde niveau.

Onderwijs en veranderingen gaan vaak niet zo goed samen. Dat is de laatste tijd als gevolg van  de coronapandemie toch wel in een ander daglicht komen staan. Wat vond u de meest waardevolle verandering die hierdoor ontstond in het lesgeven? 

De meest waardevolle verandering vond ik dat er meer ruimte was voor individuele aandacht voor de leerling. Het online lesgeven vond ik geen positieve verandering, maar de eerstvolgende lessen in real-life zeker wel! De klassen zijn gehalveerd, waardoor er wederom meer contact en aandacht mogelijk is. Minder grote klassen lijkt mij daarom ook een verandering die zou mogen blijven.

U werkt op een christelijk school. Wat onderscheidt uw vaklessen van diezelfde lessen op een niet-christelijke school?

Zeker met het vak aardrijkskunde zijn er een heleboel mogelijkheden, zoals het bespreken van maatschappelijke kwesties en het ontstaan van de aarde. Wij hebben als taak gekregen om als rentmeesters zorg te dragen voor de aarde en de mensen die daar op wonen. Dit is iets wat ik graag doorvoer in mijn lessen door bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek te linken aan onze christelijke visie.

De leerlingen verlaten uw lessen en school. Wat hoopt u dat ze zich daarover over 25 herinneren?

Als mijn leerlingen geen les meer hebben van mij, hoop ik dat hen bijblijft ik de leerlingen probeerde na te laten denken en een mening te laten vormen over een heel breed scala aan onderwerpen. Dat zij het idee hebben dat ze altijd zichzelf konden zijn en ze mij herinneren als een docent waar zij hun kinderen aan zouden toevertrouwen.

Welke inspirerende spreuk wilt u meegeven aan de lezers van de I&K-Nieuwsbrief?

“Je kunt een leerling vandaag iets leren; maar als je zijn nieuwsgierigheid prikkelt, zal hij zijn hele leven blijven leren.’

Anne-Lin Peters is 3e jaars stagiaire op het Wartburg College, locatie Marnix