Sinds 2008 hebben Vwo 6 leerlingen van Greijdanus Zwolle jaarlijks een levensbeschouwelijk gesprek met Vwo 6 /5 leerlingen van andere scholen in Zwolle. Waarom willen dat? Hoe organiseren we dit? Wat gebeurt er dan. Soms moet je je eigen stad uit gaan om stadsgenoten te ontmoeten. Dit was bij ons in elk geval wel zo. Tijdens een tweedaagse conferentie over godsdienst als examenvak spraken we ’s avonds onze collega’s uit Zwolle. We doen hetzelfde werk, maar op een geheel andere school. In dat gesprek deelden we ons verlangen om leerlingen goed toegerust de school te laten verlaten. Het is belangrijk dat de leerlingen woorden kunnen geven aan hun eigen levensovertuiging. Wie ben ik? Waartoe ben ik op aarde en hoe ga ik daarmee om? Daarnaast is het van groot belang dat leerlingen actief luisteren en respectvol doorvragen naar de levensbeschouwing van de ander. Toen ik daar later over nadacht, merkte ik dat er weinig nieuws onder de zon is, kijk maar naar het citaat van Augustinus.

 

De vormingsdoelen waren direct onze gemeenschappelijke basis om verder af te spreken. Dat afspreken werd een constructief overleg met als uitkomst: we gaan een levensbeschouwelijk gesprek organiseren met alle leerlingen van Vwo6 van Greijdanus en die van Meander college en het CCC in Zwolle. Spannend voor iedereen, maar wie geen fouten maakt, maakt meestal niets.

De volgende doelen hebben we geformuleerd voor het levensbeschouwelijk gesprek:

  • Iedereen heeft dit gesprek min of meer op dezelfde wijze voorbereid: jullie hebben allemaal een levensbeschouwelijk paspoort gemaakt en dat helpt om straks goed te verwoorden hoe jij in het leven staat.
  • in een open en respectvol gesprek praat je met leerlingen van een andere school door over hun en jouw levensbeschouwing.
  • Je luistert naar de ander. Wie is die ander? En je leert ook jouw standpunt of visie goed te verwoorden. Het komt dus aan op goed luisteren en zorgvuldig vragen stellen en zo helder mogelijk verwoorden van wat je zelf denkt/vindt.
  • Het gesprek wordt gevoerd als ‘socratisch’ gesprek. Respect voor elkaars opvattingen is de basis voor het gesprek. Het gaat niet om het eigen gelijk, maar om te leren van elkaar.

 

Hoe organiseer je dit?

Wanneer je 250 leerlingen nuttig met elkaar wilt laten communiceren, dan moet je het organisatorisch goed doordenken. We hebben in Greijdanus alle medewerking gekregen die nodig was, van conciërge, collega’s, roostermakers en directie. Dat is onmisbaar. Een paar organisatorische punten noem ik hier.

  • Greijdanus leerlingen verwelkomen de gasten op school, wijzen de plek van de fietsenstalling aan en nemen ze mee naar de centrale ruimte voor de dagopening.
  • Op een ochtend wordt van 09.00 uur tot 11.00 uur een hele vleugel van de school uitgeroosterd, acht lokalen zijn dan beschikbaar voor de gesprekken.
  • De centrale ruimte wordt voorzien van 250 stoelen, hier starten we samen de dag. Eén van de docenten verzorgd de dagopening naar de stijl en vorm die men gewoon is op de eigen school. Dat is soms erg verrassend en ontdekkend. Zo werd een keer de opening verzorgd met het verhaal van de zes blinden en de olifant…
  • Daarna gaan de leerlingen naar de lokalen, deze zijn zo ingericht dat er steeds setjes van vier tafels en stoelen zijn. Twee van elke school gaat in gesprek met een duo van een andere school.
  • In ruim een uur gaat het viertal met elkaar in gesprek. Als docenten trekken we ons terug op de gang en laten duidelijk zien dat we ons niet met het gesprek bemoeien. Ondertussen bedienen wij de leerlingen. Zij krijgen koffie, thee, fris en iets lekkers.
  • Alle leerlingen schrijven een reflectieverslag en leveren dat in als onderdeel van de praktische opdracht.

Inhoudelijk wordt het levensbeschouwelijk gesprek voorbereid in de klas. In het kader van apologetiek gaan alle leerlingen (van alle deelnemende scholen) een levensbeschouwelijk paspoort maken. De vragen heb ik onderaan dit artikeltje opgenomen. De vragen zijn bewust open en algemeen geformuleerd, want er zijn leerlingen bij die islamitisch, agnostische, atheïstisch, enz. zijn en ook zij moeten proberen woorden te geven aan hun levensbeschouwing.

Zelf laat ik de leerlingen in duo’s zo’n paspoort maken. Zij interviewen elkaar en schrijven elkaars paspoort, daarna mogen ze hun eigen paspoort bijwerken en compleet maken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat gebeurt er dan?

Er gebeurt meer dan ik kan beschrijven. Het is onbeschrijfelijk mooi. Je ziet spannende gezichten, vragende ogen en een onzekere tred. Moet ik dit echt doen, meneer? Het antwoord is volmondig JA.

Je hoort als docent, op de gang, veel geroezemoes van gesprekken. Je ziet geanimeerde gesprekken, maar er zijn ook groepjes waar het gesprek maar niet echt wil vlotten.

Na afloop hoor je op de gang mensen ervaringen delen en ik kan verzekeren dat 90% positief en enthousiast is. Sommigen balen wanneer het sein afronden wordt gegeven. Een enkeling deelt emailadressen uit om het gesprek voort te zetten. In elk geval is het voor iedereen een hele belangrijke ervaring. Uit de reflecties lees ik bijna standaard: “dit moet u echt blijven doen,” “ik had er vooraf geen zien in, maar ik had het niet willen missen”

Op 22 november a.s. is het weer zover, we hopen dan voor de 10e keer het levensbeschouwelijk gesprek te houden. Je gunt het elke leerling.

Als leerlingen leerlingen spreken, gaan harten open.